Gerard Dogger
| Voornaam | Gerard |
|---|---|
| Achternaam | Dogger |
| Geslacht | Man |
| Geboren | 8 december 1919 in Amsterdam |
| Overleden | 9 maart 1985 in Oxted, Surrey |
| Onderscheidingen | Militaire Willems-Orde (KB 16-3-1953) Verzetsherdenkingskruis Oorlogsherinneringskruis Officierskruis |
| Datum vertrek | 1942-01-30 |
|---|---|
| Datum aankomst | 1942-04 |
| Hoofdroute | Zuidelijke route, via Zwitserland |
|---|---|
| Landen op de route | Nederland - België - Frankrijk - Zwitserland - Frankrijk - Spanje - Portugal - Verenigd Koninkrijk |
| Locaties op de route | Den Haag (Nederland) - Breda (Nederland) - Putte (Nederland) - Antwerpen (België) - Brussel (België) - Givet (Frankrijk) - Montbéliard (Frankrijk) - Glay (Frankrijk) - Grandfontaine (Zwitserland) - Porrentruy (Zwitserland) - Bern (Zwitserland) - Versoix (Zwitserland) - Genève (Zwitserland) - Chambéry (Frankrijk) - Narbonne (Frankrijk) - Cerbère (Frankrijk) - Portbou (Spanje) - Barcelona (Spanje) - Bilbao (Spanje) - Vigo (Spanje) - Lissabon (Portugal) - [Whitchurch Airport] Bristol (Verenigd Koninkrijk) |
| Tocht geslaagd | Ja |
| Helpers | generaal Aleid van Tricht (Genève, Zwitserland) |
Gerard Adrianus Dogger is op 8 december 1919 in Amsterdam geboren. Zijn ouders wonen aan de Willemsparkweg en hij studeert in 1940 aan het Koninklijk Instituut voor de Marine in Den Helder. Hij wordt op 15 juli 1940 als sergeant-adelborst gedemobiliseerd en sluit zich onmiddellijk aan bij de verzetsgroep van ex-militairen, de Orde Dienst. Binnen de OD verricht hij spionage- en koeriersdiensten. Met apparatuur van buurman Arie Althof maakt hij 200 grammofoonplaten met het Wilhelmus en het Adelborstenlied.
Op het zwaarbewaakte strand van Scheveningen doet Dogger een vergeefse, levensgevaarlijke poging met een motortorpedoboot (MTB) naar Engeland te ontkomen om daar de Nederlandse regering te informeren over het verzet in het bezette Nederland. Dogger redt bij deze ontsnappingspoging het leven van een van zijn twee metgezellen.
In de nacht van 17 op 18 januari 1942 probeert Dogger met Peter Tazelaar op het strand van Scheveningen de SDAP-politicus Stuuf Wiardi Beckman en de verzetsman Frans Goedhart naar Engeland te helpen. Een motorgunboat uit Engeland met aan boord Erik Hazelhoff Roelfzema, Chris Krediet en kapitein Goodfellow zal op het afgesproken tijdstip de beide mannen op de meest noordelijke golfbreker oppikken. Het is ijskoud, het vriest bijna 20 graden. De Duitse nachtpatrouille is net voorbij. Peter en Gerard kruipen zo ver mogelijk de golfbreker op en seinen naar open zee. Wiardi Beckman, Goedhart en Pasdeloup verstoppen zich in een leegstaande kazemat op het strand. Plotseling wordt de stilte verbroken door Duits geschreeuw: 'Heraus! Heraus! Hände hoch!' Gerard ziet tot zijn ontsteltenis dat Wiardi Beckman, Goedhart en Pasdeloup door een Duitse patrouille worden ingerekend en Gerard sleurt Peter het ijskoude water in. Tot hun geluk lopen de Duitsers niet verder het strand op. Gerard trekt Peter mee naar de pier. Half bevroren schuifelen ze het strand over richting de boulevard. Met het Kurhaus links van hen beklimmen ze een stenen trapje, rinkelend van de ijspegels aan hun kleding en op weg naar hun schuiladres aan de Groningsestraat 24. Daar worden ze met jenever en aspirine op temperatuur gebracht.
Na een korte periode in gevangenschap verlaat hij bezet Nederland op 30 januari 1942 via het grensplaatsje Putte. Via Vichy Frankrijk, Zwitserland en Spanje bereikt hij Engeland in april 1942. Hij wordt door koningin Wilhelmina op theebezoek op Stubbing House ontvangen en dan terug naar Portugal gestuurd om Joseph Luns op te volgen als militair attaché. Vanaf D-day is Dogger verbonden aan de staf van Prins Bernhard. Na de bevrijding vestigt hij zich weer in Engeland. Over zijn verzetstijd heeft Dogger in 1979 het boek 'De vierkante maan' gepubliceerd. Daarin verklaart hij de 'noodzaak van de moord op de 19-jarige verrader Hugo de Man' en vertelt hij over zijn contacten met de betrokken verzetsstrijders, de Laga-roeiers Jan van Blerkom (alias Jan Verhagen) en Charley Hugenholtz.
