Titia (Ti) Gerardina Gorter
| Voornaam | Titia (Ti) Gerardina |
|---|---|
| Achternaam | Gorter |
| Roepnaam | Titia |
| Geboren | 6 november 1879 |
| Overleden | 6 maart 1945 in Jugendlager Uckermark |
Titia - 'Ti' - Gerardina Gorter (62) bewoont in 1941 met haar zus Dora (53) een bovenwoning in de Haagse Snelliusstraat 82. Beiden werken voor de verzekeringsmaatschappij 'De Nederlanden van 1845'. De zussen zijn kunstzinnig en hebben een oprechte interesse in de mensen die zij ontmoeten, waardoor ze veel vrienden en kennissen hebben. Door hun zuinige leefstijl zijn ze in staat vrienden en kennissen met raad, maar ook met daad bij te staan. Titia houdt bij haar thuis lezingen over literatuur voor medewerkers van haar kantoor. Ook hebben de zussen een vakantiehuisje, dat ze beschikbaar stellen aan medewerkers van het kantoor. Na lezing van het boek 'Ein Mensch fällt aus Deutschland' van Konrad Merz, een uit Duitsland gevluchte Joodse rechtenstudent, nemen ze contact met hem op. Merz vindt onderdak in hun woning.
Hun verbijstering en ontzetting over de Duitse bezetting leidt bij hen tot de overtuiging dat ze iets moeten doen. Door het verspreiden van verzetskranten komen ze in contact met de verzetsgroep rond dokter Gerrit Krediet en Gerard Vinkesteijn, zij maken deel uit van het netwerk van Peter Tazelaar, Erik Hazelhoff Roelfzema en Chris Krediet. Het bovenhuis in de Snelliusstraat wordt veel gebruikt als onderduik- en vergaderplaats. Na het debacle op het strand van Scheveningen in de nacht van 17 op 18 januari 1942 (zie: Peter Tazelaar) volgt een golf van arrestaties. De Haagse politiemannen Slagter en Poos - beiden werken voor de Duitse politie - pakken ook Titia en Dora Gorter op. Titia en Dora brengen een jaar door in de gevangenis van Scheveningen (het 'Oranjehotel'). Titia borduurt er zakdoeken en tekent op witte lappen het leven in de gevangenis. Begin 1943 worden ze als 'Nacht- und Nebelgevangenen' naar het concentratiekamp Ravensbrück gebracht. Daar worden de zussen al snel de steun en toeverlaat van een hechte kring van Nederlandse verzetsvrouwen, onder wie Agnès de Beaufort, Sabine Zuur en Hetty Voûte. In februari 1945 worden Titia en Dora naar het als vernietigingskamp ingerichte Jugendlager Uckermark gebracht. Volgens officiële documenten zijn de zussen daar op 6 maart 1945 als gevangenen 16616 en 16617 vergast.
