Adriën Lambert Jacques Emile Marie (Broer) Moonen

Helper, Soldaat van Oranje
VoornaamAdriën Lambert Jacques Emile Marie (Broer)
AchternaamMoonen
RoepnaamBroer
GeslachtMan
BeroepInspecteur van politie
Geboren16 december 1914 in Den Haag
Overleden7 augustus 1943 in Leusderheide bij Amersfoort
Broer Moonen - Zonder angst en met opgeheven hoofd

Adriën Lambert Jacques Emile Marie Moonen is op 16 december 1914 in Den Haag geboren. Hij wordt Broer genoemd, omdat hij de enige jongen in het gezin is. Hij heeft vier zussen. Broer wordt inspecteur bij de Haagse politie en woont aan de Suezkade 141 in Den Haag. Hij heeft tijdens de inval van het Duitse leger als reserve eerste luitenant der veldartillerie deelgenomen aan de gevechten bij de Grebbelinie.

Na de capitulatie speelt hij een centrale rol in de Ordedienst (OD), een verzetsgroep van voornamelijk militairen. Broer formeert al snel een eigen cel binnen de OD, die verder bestaat uit de Wassenaarse arts Gerrit Krediet, Gerard Vinkesteijn, Gerard Dogger en Willem Pasdeloup. Als politieman kan hij zich ook na acht uur 's avonds ('Spertijd') vrijelijk door de stad bewegen. Hij zorgt voor opvangadressen, zendapparatuur en ontsnappingslijnen.

Broer heeft veel contact met Engelandvaarder Peter Tazelaar. Beiden treffen elkaar in het geheim in Haagse cafés. Als Tazelaar wordt opgepakt, praat Broer Moonen hem vrij bij de Duitse politie. De OD stuurt Peter naar Engeland, vanwaar hij samen met Erik Hazelhoff Roelfzema en Chris Krediet spionagemissies in bezet Nederland organiseert (het 'Contact Holland'). Tazelaar krijgt opdracht SDAP-leider Stuuf Wiardi Beckman en verzetsman Frans Goedhart naar Engeland te brengen.

In de nacht van 17 op 18 januari 1942 worden Wiardi Beckman en Goedhart door Else Kieper, Moonen, Pasdeloup, Tazelaar en Dogger in een ijskoud en pikkedonker Scheveningen naar de golfbreker ter hoogte van de Groningsestraat gebracht. Daar wachten ze op de komst van Hazelhoff Roelfzema en Krediet, die beide mannen in een roeiboot zouden ophalen. Wiardi Beckman, Goedhart en Pasdeloup houden zich verborgen in een bunkertje op het strand bij de pier, terwijl Tazelaar en Dogger - liggend op het uiteinde van de golfbreker - met een zaklantaarn lichtsignalen afgeven richting de gunboat van Hazelhoff Roelfzema en Krediet. Een Duitse patrouille ontdekt de schuilplaats van Wiardi Beckman, Goedhart en Pasdeloup en arresteert de drie mannen. Tazelaar en Dogger kunnen ontkomen door zich in het ijskoude zeewater verborgen te houden.

Kort daarna wordt het netwerk rond Broer verraden. In hotel Astoria tegenover station Hollandsche Spoor wordt hij door de Sicherheitsdienst in de val gelokt en opgepakt. Hij komt op 27 februari 1942 terecht in de gevangenis van Scheveningen (het 'Oranjehotel'). Daarna wordt hij overgeplaatst naar Amsterdam, Haaren en Utrecht, waar hij op 27 april 1943 ter dood wordt veroordeeld. Op 7 augustus 1943 wordt hij op de Leusderheide gefusilleerd. Hij is pas 28 jaar.

In de Haagse wijk Duttendel wordt in 1955 de 'Adriën Moonenweg' naar hem vernoemd. Op de dag van zijn executie heeft Broer Moonen een afscheidsbrief aan zijn zussen geschreven.