Alfred Rottenberg
| Voornaam | Alfred |
|---|---|
| Achternaam | Rottenberg |
| Beroep | Inkoper textiel bij De Bijenkorf |
| Geboortedatum | 17 april 1918 in Amsterdam |
| Overleden | 9 oktober 1988 |
| Onderscheidingen | Kruis van Verdienste (KB 29-7-1943/20) |
| Datum vertrek | 1942-06-02 |
|---|---|
| Datum aankomst | 1943-04-17 |
| Hoofdroute | Zuidelijke route |
| Landen op de route | Spanje - Curacao - Verenigde Staten - Canada |
| Locaties op de route | Cadiz (Spanje) - Willemstad (Curacao) |
| Tocht geslaagd | Ja |
Alfred Rottenberg (23) uit Amsterdam als zoon van Jesaja (Isay) Rottenberg (1889) en Hinde Helena 'Lena' Ptasznik uit Amsterdam en broer van Edwin (21) en Leontine 'Tini' (18). Isay was in 1907 van Polen naar Duitsland gevlucht en nam in 1932 een sigarenfabriek in Döbeln over, waar bijna 700 mensen werken. Na hun huwelijk wonen Isay en Lena in Amsterdam. Isay krijgt een Nederlands paspoort. Tijdens de bezetting vluchten ze naar Zwitserland. Alfred werkt bij De Bijenkorf als inkoper textielgoederen en trouwt met Suzy Glaser (1925-2013) uit Nijmegen. Zij werkt als kinderverzorgster in de crèche van de Hollandse Schouwburg. Onder haar cape helpt ze Joodse kinderen ontsnappen.
Op 2 juni 1942 vertrekt Alfred per auto van een bevriende grossier vanuit Amsterdam naar Wouw. Vandaaruit wordt hij over de grens geholpen en verblijft die nacht in een veilige boerderij. De volgende dag loopt hij naar Capelle, neemt de trein naar Antwerpen en gaat naar de bevriende firma Rubens. Deze firma is echter gesloten door de Gestapo en Alfred loopt het geld mis wat hem is toegezegd. Hij neemt de trein naar Brussel en ontmoet de gewezen boekhouder van bovengenoemde firma. Deze geeft hem alsnog geld en brengt hem in contact met iemand die hem naar Coutrais brengt en naar de smokkelaar "Maurice". Deze brengt hem 's nachts naar Blessieux waarna Alfred de tram naar Lille neemt. Hiervandaan gaat hij per trein naar Parijs naar een familievriend waar hij de nacht doorbrengt.
De volgende dag vertrekt hij naar Dijon en verder per bus naar Chalons. Hier vindt Alfred een smokkelaar die hem over de demarcatielijn zet en in een boerderij laat slapen. De volgende dag loopt hij naar St. Germain waar hij echter door de Franse gendarme wordt aangehouden. Alfred wordt verhoord en naar Mâcon getransporteerd waarna hij weer wordt verhoord. Hij wordt acht dagen opgesloten in de kazerne Joubert. Dan wordt hij met twee andere Nederlanders, Van Veen en Versteegh, naar het werkkamp in Pontanevaux gebracht. Het is inmiddels 22 juni 1942. De drie Nederlanders ontmoeten hier de andere Nederlanders Steman en Kootstra. Op 17 juli 1942 komen deze inmiddels vijf Nederlanders vrij uit het werkkamp dankzij de pogingen van Sally Noach en gaan naar Lyon.
Daar voegt zich de Nederlander Kuyper bij de groep van nu zes personen. Ze gaan de volgende dag naar Perpignan waar ze door de heer Kolkman in Le Soler worden ondergebracht. Hier verblijven ze tot begin oktober 1942. Ze gaan dan als groep naar Madrid waar ze vijf weken doorbrengen. Daarna gaat het naar Cadiz waar ze twee weken verblijven. Op 5 december 1942 worden de ingescheept op de "Cabo de Hornos" naar Curaçao. Hiervandaan gaat het in konvooi naar New York en vandaar naar Guelph.
Ze komen aan in Liverpool op 17 april 1943 (de verjaardag van Alfred). Alfred wordt toegewezen aan de Marine.. Hij is overleden op 9 oktober 1988. Zijn broer Edwin Rottenberg is reeds eerder vertrokken vanuit Amsterdam naar Zwitserland evenals hun neven Karel Citroen (21) en Bob Franken (22). Daar vernemen zij dat familieleden van Karel en Bob in Auschwitz zijn vergast. Ze besluiten naar Engeland te gaan en met de geallieerden tegen de Duitsers te vechten. Op 14 juni 1942 worden de twee neven in Frankrijk gearresteerd en in een kamp bij Pontanevaux (tussen Lyon en Mâcon) geïnterneerd, maar ze slagen erin op 14 juli te ontsnappen. Op 9 oktober beginnen ze aan de tocht over de Pyreneeën.
