Armand 'Monne' Guillaume Henri Maassen
| Voornaam | Armand 'Monne' Guillaume Henri |
|---|---|
| Achternaam | Maassen |
| Roepnaam | Monne; Andy |
| Geslacht | Man |
| Beroep | Student |
| Woonplaats | Maastricht/Delft |
| Geboren | 3 januari 1920 in Maastricht |
| Overleden | 10 februari 1943 in Amersfoort |
| Onderscheidingen | Bronzen Kruis (KB 6-11-1941) |
| Datum vertrek | 1941-09-25 |
|---|---|
| Datum aankomst | 1941-09-27 |
| Hoofdroute | Noordzee |
|---|---|
| Landen op de route | Nederland - Verenigd Koninkrijk |
| Locaties op de route | Katwijk aan Zee (Nederland) - Aldeburgh (Verenigd Koninkrijk) |
| Tocht geslaagd | Ja |
Armand Guillaume Henri Maassen is op 3 januari 1920 in Maastricht geboren. Sinds 1940 studeert hij vliegtuigbouwkunde in Delft en roeit bij LAGA; hij wordt 'Monne' genoemd. Op 28 augustus 1941 worden Monne en Willem Heilbron op Boterbrug 17 in Delft gearresteerd; na acht dagen werden de twee mannen weer vrijgelaten. Beiden hebben afzonderlijke plannen om met een kano naar Engeland te gaan.
Samen met Jan Jacob van Rietschoten uit Rotterdam maakt Monne in een rubberen vouwkano een geslaagde overtocht van Katwijk naar Engeland. Voor 190 gulden hebben ze dat bootje met twee peddels en een zeil gekocht en voor 15 gulden is er een kleine mast op gemaakt. Ze vertrekken op 25 september 1941. Tien minuten later stappen Wim Heilbron en Dolf Scherpbier in hun kano. Nog voordat ze door de branding heen zijn, loopt hun kano vol, ze moeten terugkeren.
Nadat Monne is verhoord wordt hij met andere Engelandvaarders bij de koningin ontvangen. Zij begroet hem met de woorden:"Weet u dat u de eerste Engelandvaarder uit Limburg bent?" Daarna wordt Monne aan de Marine toegewezen en helpt hij de groep van Erik Hazelhoff Roelfzema (Plan Holland) om met een rubber bootje geheimagenten naar de Nederlandse kust te brengen. Zelf wordt hij op 12 maart 1942 bij Katwijk afgezet om daar een huis te huren. Bij aankomst wordt hij niet alleen door een onbekend gebleven helper opgewacht maar ook door een stel Duitsers. Zijn komst blijkt door een NSB-er verraden te zijn. Er volgt een kort vuurgevecht, waarna hij wordt gearresteerd. Hij wordt naar Kamp Amersfoort gebracht, waar hij op 10 februari aan een longontsteking is overleden.
