Pieter Jacobus Josephus Riep
| Voornaam | Pieter Jacobus Josephus |
|---|---|
| Achternaam | Riep |
| Roepnaam | Pieter |
| Beroep | Psycholoog |
| Geboren | 11 maart 1914 in Den Haag |
| Overleden | 28 januari 1943 in Kamp Vught |
| Hoofdroute | Noordzee |
|---|---|
| Locaties op de route | Scheveningen (Nederland) |
| Tocht geslaagd | Nee |
Pieter Jacobus Josephus Riep (27, geboren op 11 maart 1914 in Den Haag) is in februari 1941 afgestudeerd als psycholoog. In de zomer van dat jaar treedt hij via zijn vriend en ex-militair Johan de Jonge Melly toe tot de OD, een verzetsorganisatie van voornamelijk ex-militairen. Hij gaat onder de schuilnaam ‘Wierda’ werken als inlichtingenofficier, samen met korporaal Ruud Bierman, die opereert onder de naam ‘Velo’.
Pieter krijgt opdracht informatie in te winnen over mensen die lid willen worden van de OD en berichten over te brengen naar de OD-leiding. Daarnaast wordt hij belast met het opstellen van lijsten met adressen van NSB’ers. Uiteindelijk krijgt hij een leidinggevende rol in de Haagse afdeling van de OD. Eind 1941 slaat de ‘Documentatiedienst’ van de Haagse politie, een inlichtingenorganisatie die in Den Haag de strijd met het verzet aangaat, veelal door middel van infiltratie, hard toe in de gelederen van de OD.
Samen met enkele onbekend gebleven collega’s doet Pieter een poging om van het Scheveningse strand naar Engeland te vertrekken. Ze staan in afwachting van hun vertrek te roken in een leegstaande bunker. De sigarettenrook wordt door een Duitser opgemerkt. Pieter ziet kans te ontsnappen door de zee in te vluchten en onder water te blijven. Adem haalt hij door een rietje. De anderen worden opgepakt.
Op 30 januari 1942 wordt Pieter alsnog gearresteerd. Hij wordt overgebracht naar het huis van bewaring in Scheveningen, het ‘Oranjehotel’. Hij wordt beschuldigd van spionage en het verzamelen van militaire informatie met de bedoeling die over te brengen naar Engeland. Bij hem thuis worden onder meer schetsen aangetroffen van Duitse militaire objecten bij Amersfoort en Hilversum.
Na een proces tegen een groep OD’ers komt Pieter in het najaar van 1942 terecht in Kamp Amersfoort, later in Kamp Vught. De omstandigheden zijn er bijzonder slecht. De barakken voor de gevangenen zijn nog niet afgebouwd, de keuken functioneert nauwelijks en het drinkwater is vervuild. Het aantal sterfgevallen is in de eerste maanden van 1943 schrikbarend hoog. Ook Pieter is uiteindelijk niet opgewassen tegen de meer dan barre omstandigheden in Vught, hij zit dan al een jaar in gevangenschap. Op 28 januari 1943 sterft Pieter in Kamp Vught om half tien in de ochtend, totaal verzwakt, ziek en uitgeput.
