Bernhard (Ben) Jan Ruesink
| Voornaam | Bernhard (Ben) Jan |
|---|---|
| Achternaam | Ruesink |
| Roepnaam | Ben |
| Geslacht | Man |
| Beroep | Cadet-vaandrig der infanterie K.N.I.L. |
| Geboortedatum | 25 december 1919 in Rambi Poedji |
| Overleden | 22 december 1948 in Magelang |
| Onderscheidingen | Kruis van Verdienste (KB 30-3-1944/5) Oorlogsherinneringskruis (13-11-1944) |
| Datum vertrek | 1942-02-11 |
|---|---|
| Datum aankomst | 1944-01-04 (per schip) |
| Hoofdroute | Zuidelijke route, via Zwitserland |
|---|---|
| Landen op de route | Zwitserland |
| Locaties op de route | Gibraltar - Liverpool (Verenigd Koninkrijk) |
| Tocht geslaagd | Ja |
| Helpers | Sally Noach (Lyon, Frankrijk) |
Bernhard Jan Ruesink is op 25 december 1919 in Rambi Poedji (Oost-Java) geboren. Zijn vader, Johan Gerrit Ruesink, is assistent-resident en burgemeester van Kediri. Ben doet eindexamen HBS-b en gaat in 1938 aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda studeren om officier te worden bij het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger. In mei 1940 tekent hij de erewoordverklaring. Hij raakt betrokken bij het verzet. De Duitsers sluiten de KMA. Ben gaat in Delft studeren. De Technische Hogeschool Delft sluit al snel na studentenprotesten tegen de Duitse bezettingsmaatregelen. Hij gaat werken bij de mijnen in Limburg. Daarna neemt hij deel aan verschillende cursussen waar meer KMA-collega's aan deelnemen.
Samen met één van die KMA-collega's, Freddy van der Upwich, doet hij drie pogingen om naar Engeland te gaan. Op 11 juni 1941 proberen ze vanuit Noordwijk met een kano met buitenboordmotor de Noordzee over te steken, maar al gauw loopt de kano vol water, zodat ze terug moeten zwemmen. De tweede poging is twee maanden later. Bij de Belgische grens worden ze gearresteerd en naar het Huis van Bewaring in Scheveningen (Het Oranjehotel) gebracht. Daar zitten ze drie maanden vast. De derde poging is in februari 1942. Vanuit Den Haag vertrekt hij uit Nederland en via Zwitserland, Spanje, Portugal en Gibraltar komt Ruesink per schip op 4 januari 1944 in de Engelse havenplaats Liverpool aan.
De laatste etappe vanuit Zwitserland van zijn reis, legt hij af met Antoon Johannes Meyer, een andere KMA-collega. Van der Upwich heeft het traject sneller afgelegd en is al op 11 juni 1943 in Londen. Ze worden bij het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger ingedeeld en in mei 1944 komt Ruesink in Australië aan, waar hij tweede luitenant-vlieger wordt. In juli wordt hij ingedeeld bij het 120 Squadron RAAF, een eenheid opgericht om Nederlands-Indië te verdedigen.
Ben trouwt op 24 september 1945 met Patricia Mary Dinley (1922) uit Melbourne. Ze krijgen drie kinderen: David Walton (1943) en Kerry Ann Gill (1945) zijn gewettigd; na hun huwelijk krijgen ze nog een dochter Carole Jeanne (1947). In 1948 wonen ze op de Lambangweg KM8.8 in Bandung.
Ben Ruesink verongelukt op 22 december 1948 op Java (Magelang) tijdens het beantwoorden van vijandelijk vuur van Indonesische opstandelingen. Zijn Curtis P 40 wordt in de lucht vernield na het afwerpen van M 50 bommen, die voortijdig exploderen. Zijn graf is op het Nederlandse Ereveld Menteng Pulo in Jakarta. Ook wordt hij herdacht op het vliegersmonument op vliegbasis Soesterberg.
