Willem (Wim) Pasdeloup
| Voornaam | Willem (Wim) |
|---|---|
| Achternaam | Pasdeloup |
| Roepnaam | Wim |
| Geslacht | Man |
| Woonplaats | Amsterdam |
| Geboren | 10 juni 1917 in Amsterdam |
| Overleden | 11 januari 1943 in Amsterdam |
Binnen het verzet wordt Willem Pasdeloup (24) aanvankelijk op handen gedragen. Zijn kameraden vertoeven graag in zijn gezelschap en hebben een rotsvast vertrouwen in hem. Maar als ‘Padje’, zoals ze hem noemen, door de Duitsers wordt opgepakt, verandert alles; de vijand dwingt hem om degenen met wie hij samenwerkt te verraden. Dat kost hem veel moeite, niet alleen omdat hij met sommigen bevriend is geraakt, ook omdat hij van nature iemand is die niet snel buigt voor autoriteiten.
Al tijdens zijn opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda, waar hij in 1937 wordt ingeschreven, ligt hij regelmatig met zijn meerderen in de clinch; hij is eigenzinnig, voor de duvel niet bang en doet dingen waarvoor een ander zou terugdeinzen. Zijn medestudenten zijn onder de indruk van zoveel lef en vinden hem een toffe kerel. Maar de leerkrachten geven hem de ene reprimande na de andere. Als hij het kanon dat bij het hoofdgebouw staat voor de grap afvuurt, dreigt hij van de KMA te worden weggestuurd.
Een uitmuntende leerling is Wim evenmin. Hij blinkt uit in paardrijden en het hanteren van wapens, maar zijn overige cijfers zijn in het eerste jaar zo laag dat hij blijft zitten. Ondanks alles is hij vastbesloten zijn einddoel te halen: in ‘de oost’ deel uit maken van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL). Toch zal hij de oversteek naar Indië nooit maken. De inval van het Duitse leger in Nederland op 10 mei 1940 maakt abrupt een einde aan zijn droom.
Op de Grebbeberg probeert hij met zijn compagnie nog de agressors tegen te houden. Zonder einddiploma op zak moet Wim zijn opleiding aan de KMA als cadet-vaandrig noodgedwongen afbreken. Dit vergroot zijn afkeer jegens de Duitse overheersers: hij begint zich tegen hen te verzetten. Met zijn studiegenoot en boezemvriend 2e luitenant Chris Navis probeert hij enige vuurwapens, die eigenlijk bij de bezetter moeten worden ingeleverd, achterover te drukken. Ook wordt geprobeerd met een vliegtuig naar het vrije Engeland uit te wijken om van daaruit de strijd met de vijand voort te zetten. Als die poging mislukt, sluiten beiden zich tenslotte aan bij de zogeheten Ordedienst (OD), een organisatie van ex-militairen die is opgericht om na de bevrijding chaos in Nederland te voorkomen.
Willem wordt onder meer koerier tussen het hoofdkwartier van de OD en enkele OD-districten. Bij zijn illegale activiteiten gebruikt hij de schuilnaam ‘Wolf’. Via een van de topfiguren binnen de OD, Gerard Dogger, raakt hij betrokken bij de geheime landingen die onder de naam ‘Contact Holland’ vanaf eind 1941 op het Scheveningse strand worden uitgevoerd. Daarbij worden ’s nachts door Erik Hazelhoff Roelfzema en Chris Krediet met een Engels marineschip geheim agenten en zendapparatuur voor het verzet aan land gezet en moeten verzetsmensen naar het vrije Engeland worden overgebracht. Wim moet de zenders in ontvangst nemen en assisteren waar dat nodig is. Zijn bijdragen worden zeer gewaardeerd. In een naoorlogs rapport zal Dogger over hem schrijven: ‘Pasdeloup was tot op dat moment een der meest ijverige en tot alles gereed staande medewerkers geweest, een absoluut volledig betrouwbare strijdmakker.’
In de nacht van 17 op 18 januari 1942 gaat het mis. Met de verzetsmensen dr. Herman Wiardi Beckman en Frans Goedhart heeft Wim zich verscholen in een bunkertje onderaan de noord-boulevard in Scheveningen. Daar krijgt de Duitse grenspolitie, die over het strand patrouilleert, hen in de gaten. Dogger en geheim agent Peter Tazelaar, die op een golfbreker zitten, weten te ontkomen door tot aan hun nek door de ijskoude zee te waden. Wiardi Beckman, Frans Goedhart en Wim Pasdeloup worden ingerekend, waarbij Wim zijn belagers uitscheldt.
De arrestatie is voor Wim een nachtmerrie. Aanvankelijk houdt hij de lippen stijf op elkaar en weigert in te gaan op de vragen die hem door de Sicherheitsdienst worden gesteld. Zijn ondervragers vinden hem ‘zelfverzekerd’. Maar het eenzaam gevangen zitten en de ellenlange verhoren eisen hun tol. Hij is bang onder de ontberingen te bezwijken. Daarbij is men aan de weet gekomen dat zijn verloofde Wiesje Bendien, van wie hij zielsveel houdt, half-Joods is. Het is niet uitgesloten dat de Duitsers hebben gedreigd haar naar Polen te deporteren. Dit schrikbeeld moet Wim te veel zijn geworden. Wanneer de Duitse politie hem het voorstel doet als V-mann (‘Vertrauensmann’) voor hen te werken, stemt hij hier tenslotte mee in. De enige garantie die hij vraagt, is dat zijn familie en die van Wiesje met rust worden gelaten. Ook moeten zijn verhoorders hun erewoord geven dat zijn beste vriend, Chris Navis, niets wordt aangedaan.
Drie maanden later wordt, met medeweten van de SD, een ‘ontsnapping’ uit de Scheveningse strafgevangenis (het ‘Oranjehotel’) in scene gezet en is Wim weer op vrije voeten. Als hij zich bij de OD meldt, wordt hij met argwaan bekeken. Maar hij doorstaat het intensieve kruisverhoor dat hem daar wordt afgenomen. Nadat hun vertrouwen in hem is hersteld, betrekken zijn makkers hem weer bij hun verzetsdaden. Intussen houdt Wim echter stiekem contact met de Duitse politie, aan wie hij namen doorspeelt van mensen uit het verzet. Mede door zijn toedoen valt de OD’er Johan de Jonge Melly, eveneens betrokken bij de nachtelijke operaties op het Scheveningse strand, in handen van de SD. Aan de arrestaties van minstens zes anderen, maar hoogstwaarschijnlijk veel meer verzetslieden, heeft hij eveneens schuld.
Door het verraden van mensen met wie hij nauw heeft samengewerkt, raakt Wim Pasdeloup in steeds grotere gewetensnood. Ook zijn naasten merken dat hij in geestelijke problemen zit. Daarnaast sijpelen er bij het hoofdkwartier van de OD berichten binnen die hem zeer verdacht maken. Als in zijn bagage bij toeval een brief wordt gevonden waarin hij zelf schrijft dat hij gedwongen is voor de Duitsers te werken, gaat men tot actie over.
In zijn woning in de Amsterdamse Gerard Brandstraat, waar hij ondergedoken zit, wordt hij door het verzet vijf dagen achtereen verhoord. Op 11 januari 1943 wordt hij daar geliquideerd en tegen middernacht in een wak van de bevroren Baarsjesgracht geworpen. Pas zes weken later, wanneer de dooi intreedt, wordt zijn lichaam gevonden.
In de film ‘Soldaat van Oranje’ is de figuur van verzetsman/verrader ‘Robbie’ gebaseerd op Wim Pasdeloup. Saillant detail: de Nederlandse V-Mann die hem in de film onder druk zet om zijn makkers uit de illegaliteit aan te geven, wordt gespeeld door acteur Rijk de Gooijer. In een interview met hem (Het Parool, 9 december 1976) laat deze doorschemeren dat zijn broer Kees, die tijdens de oorlog in het verzet zat, wellicht betrokken is geweest bij het doodschieten van Pasdeloup en misschien zelf de trekker heeft over gehaald; zij kenden elkaar vanuit het verzet. Maar er zijn ook bronnen die in een andere richting wijzen.
Pasdeloups half-Joodse verloofde Wiesje Bendien (in de film ‘Esther’) schijnt nooit te hebben geweten wat haar geliefde precies is overkomen. Na de oorlog wordt zij door de Amerikanen in dienst genomen en op de Amerikaanse vliegbasis bij Frankfurt de secretaresse van generaal Lauris Norstad. Als prins Bernhard de basis op 22 februari 1946 bezoekt, worden van dat bezoek foto’s gemaakt. Wiesje wil zo snel mogelijk een aantal van die foto’s naar vrienden in Nederland verzenden. Als ze hoort dat vanaf de basis een Dakota naar Amsterdam zal vliegen, doet ze de foto’s in een envelop en rent ermee naar het vliegtuig dat op het punt staat te vertrekken. In haar haast loopt ze in de propeller van het toestel, ze is op slag dood. Er zijn geen zekerheden, alleen sterke vermoedens, waarom een dappere verzetsman als Wim Pasdeloup ervoor koos om voor de Duitse politie te gaan werken.
Zijn strijdmakker Gerard Dogger heeft het later treffend verwoord: ’Moedig of laf? Twee lege woorden, alleen bedoeld voor toeschouwers. Maar God weet wat het ene betekent en wat het andere. Alleen God. Vel dus geen oordeel, wees zijn rechter niet.’ (Uit: Gerard Dogger - De Vierkante Maan).
