De laatste Noordzee-Engelandvaarders
Op 10 april 1945 voer in de vroege ochtend een Nederlandse reddingsboot de haven van het Engelse Mundesley binnen. Na een tocht van 27 uur op zee, waarvan het laatste deel door een Brits vliegtuig werd begeleid, kwamen tien Nederlanders en vier Georgiërs aan land. Zij zouden de laatste groep Engelandvaarders zijn die per boot via de Noordzee naar Engeland uitweken.
De reis naar Engeland had een belangrijk doel – zij kwamen versterking vragen voor de Georgische Opstand die enkele dagen eerder op Texel was uitgebroken. Ongeveer 800 Georgische soldaten in Duitse dienst waren sinds februari 1945 gestationeerd op Texel. Deze voormalige soldaten uit het Sovjetleger waren eerder krijgsgevangen genomen en kregen de keuze om in het Duitse leger te dienen. De Georgiërs waren bang om bij thuiskomst na afloop van de oorlog vervolgd te worden in de Sovjet-Unie, omdat zij vrijwillig dienst hadden genomen in het Duitse leger. Zij hoopten zichzelf te kunnen rehabiliteren door op Texel in opstand te komen tegen de Duitsers en op die manier de geallieerden te helpen.
Op 6 april 1945 om 1 uur ‘s nachts begint de opstand. Hoewel het de Georgiërs die eerste nacht lukt een groot deel van het eiland in handen te krijgen, sturen de Duitsers al snel versterking vanaf het vasteland. Een hevige en bloedige strijd volgde, waarbij ook Texelse dorpen en burgers niet gespaard werden. Vanuit onder andere Den Helder werden strategische plaatsen op Texel bestookt met artillerievuur. Burgers die onderdak boden aan Georgische opstandelingen, werden standrechtelijk geëxecuteerd.
In deze chaos kwam ook het Texelse verzet in actie. Dit stond in nauwe verbinding met de Georgiërs. Er werd geprobeerd via een radioverbinding in een bunker contact te leggen met Engeland om versterking te vragen. Dit lukte niet, waarop werd besloten om met een reddingsboot Engeland te bereiken. Er werd snel een bemanning samengesteld, met tien Nederlanders (waaronder Texelaars én onderduikers) en vier Georgiërs. Op 9 april werd de ‘Joan Hodshon’ ’s nachts te water gelaten en begon de reis naar Engeland.
Vooral het begin van de reis was niet zonder gevaar. Om de boot een goede kans te geven ongezien langs een Duitse kustbatterij te varen, werd deze op het tijdstip dat de boot deze zou passeren onder vuur genomen door de Georgiërs. Daarna werd de vooraf bepaalde route gevolgd. Net voor de Britse kust werden ze opgemerkt door een Brits patrouillevliegtuig. Na met een zaklantaarn in morsecode geseind te hebben naar het vliegtuig, hielp het vliegtuig hen de kust te bereiken door noodlichtbakens uit te gooien om de weg te wijzen.
Helaas had deze reis niet het gewenste resultaat. De Nederlandse regering in Londen weigerde hulp te sturen, omdat ze de voedseldroppings die in andere delen van Nederland plaatsvonden niet onnodig in gevaar wilden brengen. Volgens Tass, het Sovjet-persbureau, werden de vier Georgiërs bij aankomst in Londen krijgsgevangen gemaakt en uiteindelijk overgedragen aan de Sovjet-autoriteiten.
Bron: Nina Brands, "De laatste 'Noordzee'- Engelandvaarders", Nieuwsbrief De Schakel, nr. 10, september 2022, p. 3-4.
Volgens de definitie van Engelandvaarder die het Genootschap Engelandvaarders hanteerde, waren de tien Texelaars strikt genomen geen Engelandvaarder. Ze waren immers lang na D-day naar Engeland overgestoken. Zij zijn vanwege hun bijzondere prestatie door het bestuur van het genootschap toch als Engelandvaarder erkend en daarom in dit monument opgenomen.
