Vrouwelijke Engelandvaarders

De groep vrouwen die naar Engeland vertrok, was relatief klein: van alle Engelandvaarders was maar een kleine 3% vrouw.

Historica Agnes Dessing geeft daarvoor drie redenen. De eerste reden is dat vrouwen weliswaar evenzeer tot verzet bereid waren als mannen, maar dat zij er door praktische redenen (huwelijk, kinderen) minder toe kwamen. Als vrouwen verzet pleegden, hadden ze een andere rol dan de mannen: een dienende, verzorgende rol (koerierster, hulp aan onderduikers). Misschien dat Engelandvaart (solistisch, ondernemend) daarom voor sommige vrouwen minder voor de hand lag. Een tweede reden was dat Nederland geen dienstplicht voor vrouwen kende. Een veelgenoemd motief van mannelijke Engelandvaarders, aansluiting bij de geallieerde strijdkrachten in Engeland, ging voor vrouwen dus niet op. Sterker nog: vrouwelijke Engelandvaarders die eenmaal onderweg waren, hadden vaak de grootste moeite om Engeland binnen te komen, omdat dit land in principe alleen diegenen toeliet die van belang waren voor de geallieerde oorlogvoering (nl. mannen van dienstplichtige leeftijd). Tenslotte hadden vrouwen minder dan mannen dwingende redenen om het land te verlaten. Afgezien van de maatregelen tegen de joden, golden alle Duitse verordeningen die mannen ertoe brachten weg te gaan (Arbeitseinsatz, internering krijgsgevangenen, loyaliteitsverklaring studenten) niet voor vrouwen (De Schakel, januari 2019, 39e jaargang, nr. 159, p. 36).  

Als eenmaal de verhoren voorbij waren en de vrouwen vertrouwd werden, was de volgende stap om in Engeland een bijdrage te leveren aan de strijd tegen de Duitsers. Aangezien vrouwen tijdens de Tweede Wereldoorlog niet in het leger mochten, kwam het volgens Agnes Dessing vaak neer op de vervulling van administratieve taken. Er zijn echter ook vrouwelijke Engelandvaarders die andere taken hebben uitgevoerd. Bijvoorbeeld bij het Vrouwen Hulp Korps, dat in december 1943 was opgericht. Dit korps hield zich bezig met humanitaire hulpverlening. Het initiatief tot de oprichting van het korps kwam vanuit de Bond van Nederlandse Vrouwen, die een organisatie van vrijwilligers wilde. Na de invasie in Normandië werd de organisatie evenwel gemilitariseerd. Vrouwen die tot het korps toetraden, waren o.a. Rie Stokvis-Knapper en Emmy Rutten-Broekman.

Een andere Engelandvaarster, Ida Veldhuyzen van Zanten, had een vliegbrevet en ging in Engeland vliegtuigen overvliegen van het ene naar het andere militaire vliegveld. Weer een andere Engelandvaarster, Trix Terwindt, werd als geheim agent gedropt in Nederland om een ontsnappingslijn voor Britse piloten te organiseren. Ze werd opgewacht door de Sicherheitsdienst, maar liet niets los. Na Kamp Haaren, de gevangenis van Scheveningen (het 'Oranjehotel') en Kamp Ravensbrück komt ze in januari 1945 in Mauthausen terecht, waar ze door de Amerikanen bevrijd wordt. Trix is een van de 59 slachtoffers van het Englandspiel en een van vijf die de oorlog overleefde.

Een weer geheel andere rol vervulde Jetty Paerl. Zij was zangeres en zong in 1942 een lied over een NSB’er voor Radio Oranje: "Op de hoek van de straat staat een NSB’er, ‘t is geen man, ‘tis geen vrouw, maar een farizeeër. Schiet hem dood, in zijn poot, doe hem in een kissie, Doe er dan wat water bij, dan zwemt hij als een vissie". Ze wordt na de oorlog samen met Corry Brokken de eerste afgevaardigden voor het eerste Eurovisie Songfestival waar ze met "De vogels van Holland" tweede werden.

 


Personen bij dit thema