Marcus Goudenburg
| Voornaam | Marcus |
|---|---|
| Achternaam | Goudenburg |
| Geslacht | Man |
| Beroep | Vertegenwoordiger |
| Geboren | 14 februari 1909 in Utrecht |
| Datum vertrek | 1943-03-21 |
|---|---|
| Datum aankomst | 1944-02-23 |
| Hoofdroute | Zuidelijke route |
|---|---|
| Landen op de route | Spanje - Portugal |
| Locaties op de route | Madrid (Spanje) - Lissabon (Portugal) - Praia das Maças (Portugal) - Lissabon (Portugal) - Gibraltar - Liverpool (Verenigd Koninkrijk) |
| Tocht geslaagd | Ja |
Marcus Goudenburg (33) woont in de Trompenburgerstraat 105 in Utrecht, de stad waar hij op 14 februari 1909 is geboren. Na de lagere school heeft hij de kleermakersvakschool bezocht, maar sinds 1934 heeft hij een kantoor op het Huygenspark 10 in Den Haag, waar hij verlichtingsartikelen voor fabrieken distribueert. In 1937 heeft hij zijn bedrijf verhuisd naar Amsterdam. In het kader van de anti-Joodse maatregelen maakt de Duitse bezetter in 1942 voortzetting van zijn bedrijf onmogelijk. Tot maart 1943 verdient hij zijn geld in de zwarthandel in Rotterdam. Met zijn oudere broer Coenraad (37) helpt hij Rotterdamse Joden aan een onderduikadres. Veel van zijn familieleden worden naar kampen in Polen gedeporteerd. Voor de broers dreigt deportatie naar een kamp in Silezië.
Op 21 maart 1943 vertrekt hij met Coen naar Engeland. Bij het grensplaatsje Putte gaan ze de grens over en bereiken dan liftend op een vrachtwagen Antwerpen. Daar nemen ze de trein naar Brussel en Parijs. Daar vinden ze werk bij een Nederlandse timmerfabriek. Deze firma stuurt de broers naar Perpignan voor werk op een Duits vliegveld. Onderweg leren ze een Fransman kennen die eveneens naar Spanje wil. Bij het plaatsje Ceret in de Pyreneeën gaan ze te voet de Spaanse grens over, maar worden vervolgens gearresteerd en naar de gevangenis van Figueras gebracht, later naar de gevangenis van Gerona en uiteindelijk belanden ze in het kamp bij Miranda de Ebro. Op 15 augustus ’43 komen ze echter vrij en reizen ze door naar Madrid. Op 8 september arriveren ze in Portugal, vanwaar ze op 23 februari 1944 naar Engeland vliegen.
Zijn vader en oudere broers zijn in 1943 omgekomen: Abraham (1895) en Salomon (1897) in Auschwitz, Meijer (1899), David (1901) en hun vader Joseph in Sobibor. Coen en Marcus Goudenburg emigreren in 1946 naar Brazilië.
